Drentse praam De Vrouw Hendrikje

Samenvatting

Overijsselse praam volgens de Smildinger bouwwijze, ook wel genaamd Drentse praam. Geheel gebouwd van hout, zonder mechanische voortstuwing. Gebouwd in 1878 te Hasselt op de Scheepstimmerwerf van Aller. Schipper/eigenaar Abraham Hoogeveen (1835 – 1912). Praam is de naam voor een zeer kenmerkende “schepenfamilie” van houten, zeilende vrachtschepen uit met name Drenthe en Overijssel. De Overijsselse praam is het laatste en grootste model uit de familie. Pramen werden veel gebruikt voor het vervoer van turf. Vaak staken ze de Zuiderzee over vanuit Zwartsluis.

“Het zeilende turfschip zou met meer recht dan de windmolen mogen gelden als het nationale symbool van Nederland “ (ref. Turfschipperij, beroep zonder glorie, drs. H. Roest).

p

English summary

Overijssel pram or prame, constructed in the Smildinger way, also called Drentse pram. Completely constructed of wood and with a flat bottom and leeboards, without mechanical propulsion. Built in 1878 at the Shipbuilding Yard Van Aller in Hasselt (Netherlands). Owner/skipper Abraham Hoogeveen (1835-1912). Pram is the name for a characteristic Dutch family of mostly wooden cargo vessels from the Drenthe and Overijssel provinces in the NE of the country. The Overijssel pram is the youngest and the largest type. Prams have been used a lot over the years for the shipment of peat up to the beginning of the 20th century. Often they crossed the then very exposed Zuyder Zee (presently known as IJsselmeer) in vast numbers, starting from the city of Zwartsluis in the east and sailing to Amsterdam and further. Other prams sailed on rivers and canals in the central and eastern part of the country. Some went coastal.

“The sailing peat vessel should have more right than the windmill to be recognised as the national symbol of the Netherlands” (ref. Inland Navigation of Peat, profession without glory, by drs. H. Roest).

p

Inleiding

De Scheepsmetingsdienst heeft De Vrouw Hendrikje opgemeten in 1904. Deze gegevens zijn gebruikt om een lijnenplan te stroken. Het onderwaterschip in lege conditie viel hier buiten. Daarom is gebruikt gemaakt een voorbeeldschip om de juiste vorm van het vlak te construeren. Om te kunnen controleren of de inhoud correct is, zijn verschillende carèneberekingen gemaakt en de uitkomst van de laatste carèneberekening klopte met de opgave van het draagvermogen door Abraham Hoogeveen in een brief aan de Scheepsmetingsdienst.

De hoofdafmetingen waren bekend uit het schepenregister. Uit de opmetingen kon ook de loop van het berghout worden afgeleid, zowel als de vorm van de stevens. Drie beladingscondities zijn geanalyseerd. De resultaten zijn vergeleken met wat op oude foto’s van pramen te zien is. De conclusies van de berekeningen blijken goed te kloppen met de gevonden praktijk. Voor het bepalen van het zeiloppervlak zijn twee vergelijkingsschepen gebruikt en weerstands- en voortstuwingsberekeningen zijn vervolgens gemaakt ter controle. Ook hier is na wat ”trial-and-error” een aannemelijke verdeling van het zeiloppervlak verkregen. Een constructieplan is gemaakt voor de gewichtsberekening en voor de binnenmaten.

De Vrouw Hendrikje (rechts)in Sprang-Capelle(1)1903

Al deze berekeningen en tekeningen zijn gemaakt om een zo realistisch mogelijk algemeen plan te kunnen tekenen. De berekeningen en tekeningen in dit verslag zijn gemaakt door Teun Hoogeveen, scheepsbouwkundige en achterkleinzoon van Abraham Hoogeveen en Hendrikje Vesterink.

Overwegingen bij de dekindeling van De Vrouw Hendrikje.

De Overijsselse praam  komt voor in verschillende bouwwijzen. Van de Smildinger praam wordt gezegd dat zij beter vaart op kanalen. Een Hoogeveense praam is meer geschikt voor een oversteek van de Zuiderzee(2).

Er zijn blijkbaar Overijsselse pramen gebouwd, die meer geschikt waren voor de vaart op de Zuiderzee, terwijl andere grote pramen beter geschikt waren voor de vaart op rivieren en kanalen. De hoofdafmetingen verschillen niet veel, het verschil zit hem in de details. Het blijkt dat men over het algemeen zeilende vrachtschepen met een doorlopende luikenkap vindt op de Nederlandse rivieren en op de Rijn in Duitsland (ref. Sopers(3), Konijnenburg(4), Schifffahrts-Museum Nordhorn(5)). Hoewel andersom ook voorgekomen zal zijn. Omdat De Vrouw Hendrikje zeer waarschijnlijk niet in Amsterdam is geweest en wel op de rivieren in het oosten van Nederland, wordt er van uit gegaan dat zij een doorlopende luikenkap heeft gehad. Deze veronderstelling wordt enigszins ondersteund door het feit dan het derde schip van Abraham (hagenaar, rivierschip) ook een doorlopende luikenkap had. Hij had daar waarschijnlijk goede ervaringen mee. Het voordeel van een doorlopende luikenkap is makkelijker laden en lossen.

Ref.: Scheepsbouw vanaf zijn oorsprong. Fig. 35, Overijsselse praam

Een praam is een schip met weinig zeeg, zodat er veel water over de boeg komt in sterk golvend water als zij op haar merk ligt, vooral voor de wind(6). Dit water kan makkelijker zijn weg vinden naar het vooronder of in het ruim als er een groot luik op het voordek is. Daardoor, in combinatie met de druk op de zeilen, drukt de boeg naar beneden en verslechterd de conditie. Tijdens de opmeting van het schip in 1904 is er bijvoorbeeld lekwater gevonden op het vlak voor in het schip. Een tweede veronderstelling is dan ook dat pramen doorgaans niet geheel op hun merk werden afgeladen als ze de Zuiderzee moesten oversteken (zie stabiliteitsberekeningen op pagina’s 7 tot 11). Verschillende originele foto’s ondersteunen deze aanname(7). Bij maximale belading is de stabiliteitsomvang erg klein ondanks dat de metacenterhoogte heel behoorlijk is. Bij 51 t lading en een diepgang van 1.20 m ziet het er veel beter uit. Dit zou dus een veiliger beladingsconditie kunnen zijn voor een Overijsselse praam op de Zuiderzee.

p

Hoofdafmetingen

Lengte over stevens )* 20.510 m Hoogte denneboom boven grootste diepgang )* 0.300 m
Lengte over romp )* 19.860 m Hoogte denneboom boven dek in de zij ½L )* 0.240 m
Breedte over berghouten )*  4.440 m Draagvermogen vlg. Scheepsmetingdienst )* 94.091 t  (berekend feb. 1904)
Breedte over romp )*  4.360 m
Holte op ½L   1.805 m
Vrijboord  ½L  0.060 m

Er zijn geen ijkplaten aangebracht.

Registernummer Z188N, aangebracht op de achterste waterlijst.

)* volgens opgave Scheepsmetingsdienst

Impressie van de Drentse praam De Vrouw Hendrikje

Spantenraam, getekend volgens opmetingen Scheepsmetingsdienst 1904, aangevuld met gegevens afgeleid van een algemeen plan van een bijna gelijke Smildinger praam (“Nieuwe Zorg”) uit de bibliotheek van het Zuiderzeemuseum.

20 ordinaten, afstand 0.993 m.

 Achterschip                                                                                                                                                       Voorschip

Lijnenplan getekend door T. Hoogeveen, 2015. Alleen spantenraam opgenomen in deze studie.

Scheepsbouwkundige berekeningen

Carènetabel volgens computerberekening (verkort weergegeven). S.g. water = 1.000.

Diepgang uit basis (m)   Depl. (t)               Drukkingspunt (m)          MKdwars (m)

0.500                              30.50                                   9.87                       3.05

0.550                              34.02                                   9.86                       2.95

0.600                              37.62                                  9.86                       2.85

0.700                              44.99                                  9.83                       2.64

0.800                             52.56                                  9.80                       2.47

0.900                             60.32                                  9.77                       2.39

1.000                             68.30                                  9.75                       2.38

1.100                              76.53                                  9.71                       2.35

1.200                             84.83                                  9.67                       2.20

1.300                             93.04                                  9.65                       2.00

1.400                             101.17                                  9.63                       1.95

1.500                           109.30                                  9.62                       1.91

1.600                            117.46                                  9.61                       1.89

1.700                            125.61                                  9.60                       1.87

1.750                           129.68                                  9.60                       1.86

p

Gewichten en zwaartepunten

t = 1.745 m                       depl. = 129.27 t

t = 0.545 m                       depl. =   33.67 t

Draagvermogen                               95.60 t                (47.80 last)

Gewichten aan boord tijdens de meting

Inventaris (mast, giek, gaffel, ankers, ketting, stagen, etc.) 3000 kg vlg. brief AH.
Water op het vlak voor, nagerekend    160 kg berekend TH
Zwaarden, roer  1500 kg schatting TH
Provisie    300 kg vlg. Meetbrief
2 personen    140 kg   + vlg. Meetbrief
Totaal  5100 kg

Waterverplaatsing stevens, totaal ongeveer                                              350 kg                 schatting TH

Constructiegewicht romp: 33.67 + 0.35 – 5.10 = 28.92 t  (excl. zwaarden en roer).

Gecorrigeerd draagvermogen: 95.60 + 0.16 + 0.30 + 0.14 + 0.35 = 96.55 t   (48.3 last)

p

Het draagvermogen is iets anders dan wat is berekend volgens de Scheepsmetingsdienst. Dit komt omdat de Scheepsmetingsdienst de trapeziumregel gebruikte en doordat de opmetingen in de voor-, en achtersteven niet goed gestrookt konden worden. De trapeziumregel geeft doorgaans een iets lagere uitkomst dan een meer nauwkeurigere berekeningswijze, zoals de Simpsonregel. Volgens Abraham Hoogeveen heeft zijn schip een draagvermogen van ongeveer 48 last(8). Opnieuw berekend: 48.30 last (afhankelijk van wat wordt meegeteld).

De indruk bestaat dat het achterschip van De vrouw Hendrikje wat geveegder was dan wat gebruikelijk was voor vergelijkbare pramen in aanmerking nemende het kleinere vloeroppervlak in het achter- onder. Vandaar dat het draagvermogen wat minder was dan van vergelijkbare pramen: 96 t in plaats van 100-118 t(9).

Er is 1 cm trim voorover gemeten. Eenheidstrimmoment = 0.98 Tm/cm. 160 kg water op het vlak voor resulteert in een trim voorover, zoals gemeten.

p

Gewicht en zwaartepunt is bepaald aan de hand van een gereconstrueerde constructietekening van De Vrouw Hendrikje.

No. Naam

Afm.

 (lxbxd dm)

Aantal

Mat.

vol. (dm3)

s.g.

Gew. (kg)

gk (m)

mom (kgm)

1

vlakbeplanking

32 x 162 x 0.75

1

vuren

3888

0,55

2.138

0,04

85,5

2

vlakleggers

30 x 1,5 x 1,8

32

eiken

2592

0,80

2.074

0,14

290,3

3

oplangen

17 x 1,5 x 1,8

64

eiken

2937

0,80

2.350

1,00

2349,6

4

kimkrommers

19 x 1,5 x 1,8

58

eiken

2975

0,80

2.380

0,55

1309,0

5

knieën

5 x 5 x 1,2 x 1,2

36

eiken

518

0,80

414

1,60

663,0

6

buikdenning

27 x 162 x 0.5

1

eiken

2187

0,80

1.750

0,24

419,9

7

zaathout

5 x 1,2 x 15,2

1

eiken

91,2

0,80

73

0,28

20,4

8

kimwegering

16,5 x 2 x 0,5

6

eiken

99

0,80

79

0,50

39,6

9

balkwegering

16,5 x 2,5 x 0,5

4

eiken

83

0,80

66

1,55

102,9

10

luchten

16,5 x 5 x 0,25

2

eiken

21

0,80

17

1,05

17,6

11

piekschot

1,9 x 38 x 0,25

1

eiken

18

0,80

14

0,90

13,0

12

vooronderschot

1,7 x 38 x 0,25

1

eiken

16

0,80

13

0,80

10,2

13

achteronderschot

1,5 x 38 x 0,25

1

eiken

14

0,80

11

0,70

7,8

14

gangboord

5,6 x 170 x 0.5

2

eiken

950

0,80

760

1,90

1444,0

15

achterdek

40 x 28 x 0,5

1

eiken

840

0,80

672

1,95

1310,4

16

voordek

31 x 28 x 0,5

1

eiken

640

0,80

512

2,00

1024,0

17

dekbalken voor

41 x 24 x 0,4

5

eiken

1968

0,80

1.574

2,00

3148,8

18

dekbalken achter

41 x 24 x 0,4

8

eiken

3148

0,80

2.518

1,90

4785,0

19

mastdoft

41 x 1,2 x 5

2

eiken

550

0,80

440

1,70

748,0

20

mastkoker

28 x3 ,5 x  2

2

eiken

450

0,80

360

1,35

486,0

21

denneboom

126 x 4 x 0,5

2

eiken

504

0,80

403

2,00

806,4

22

schild achter

32 x 3,2 x 0.5

1

eiken

51

0,80

41

2,05

83,6

23

schild voor

32 x 3,2 x 0.5

1

eiken

51

0,80

41

2,10

85,7

24

ruimbalk

42 x1,5 x 1,8

3

eiken

340

0,80

272

1,90

516,8

25

scheerbalk

126 x 1,5 x 1,5

1

eiken

284

0,80

227

2,10

477,1

26

voorpiek leggers

20 x 1,5 x 1,8

7

eiken

378

0,80

302

1,70

514,1

27

achterpiek leggers

20 x 1,5 x 1,8

7

eiken

378

0,80

302

1,70

514,1

28

voorpiekkrommers

10 x 1,5 x 1,8

6

eiken

27

0,80

22

1,70

36,7

29

achterpiekkrommers

10 x 1,5 x 1,8

4

eiken

27

0,80

22

1,50

32,4

30

binnensteven

16 x 1,8 x 3

1

eiken

86

0,80

69

0,40

27,5

31

huidgangen

220 x 12 x 0.5

2

eiken

2640

0,80

2.112

0,70

1478,4

32

boeisel

10 x 12 x 0,5

2

eiken

120

0,80

96

1,80

172,8

33

verschansing voor

80 x 6 x 0,5

1

eiken

300

0,80

240

2,40

576,0

34

verschansing achter

80 x 6 x 0,5

1

eiken

300

0,80

240

2,40

576,0

35

berghout

2,5 x 0,8 x 220

2

eiken

880

0,80

704

1,30

915,2

voorsteven

32 x 5,5 x 2,5

1

eiken

440

0,80

352

1,30

457,6

kielplank voor

22 x 1,8 x0,5

1

eiken

19

0,80

20

-0,04

-0,8

achtersteven

28 x 5 x 1,8

1

eiken

252

0,80

202

1,20

241,9

kielplank achter

40 x 1,8 x 0,5

1

eiken

36

0,80

35

-0,04

-1,4

roer

1

eiken

850

0,80

braadspil

22 x 5 x 5

1

eiken

500

0,80

600

2,50

1500,0

bolders

8

eiken

224

0,80

200

2,70

540,0

voorluik

1

eiken

30

0,80

24

2,20

52,8

achterluik

1

eiken

30

0,80

24

2,20

52,8

scheilicht

1

eiken

50

0,80

40

2,10

84,0

broekschoorsteen

1

eiken

20

0,80

20

2,60

52,0

stoeltjes

1

eiken

30

0,80

30

2,20

66,0

betimmering vooronder

1

eiken

0,80

550

0,80

440,0

betimmering achteronder

1

eiken

0,80

800

1,00

800,0

zwaarden

17 x 50 x 0,5

2

eiken

0,80

ijzerwerk

500

1,50

750,0

inventaris vgl lijst
luikenkap

125 x 16 x 0,25

2

eiken

1000

0,80

800

2,20

1760,0

ruimbinten

41 x 1,8 x1,8

3

eiken

399

0,80

319

1,80

574,6

middenbalk

125 x 1,8 x 1,8

1

eiken

405

0,80

324

2,30

745,2

onvoorzien 2.4 %

771

0,90

693,9

Som

G =

28.920

kg

33.897

kgm

KG =

1,17

m

Stabiliteit

De stabiliteit wordt vergeleken met de criteria van de International Maritime Organisation (IMO), zoals ze nu gelden voor schepen in het algemeen. Het minimum vrijboord werd vastgesteld door de Scheepsmetingsdient in 1904.

Aanvangsstabiliteit (MG) in lege conditie. Diepgang 0.55 m

Gewicht (kg) zw.pt. (m)
Romp  28.920       1.17
Inventaris (mast, giek, gaffel, ankers, ketting, stagen, etc.)    3.000     2.00
Water op de vlak voor        160     0.10
Zwaarden, roer     1.500     0.50
Provisie       300            1.20
  33.880      1.21

MG = 2.95 – 1.21 = 1.74 m (>0.15 m IMO)

Aanvangsstabiliteit (MG) met 51 t lichte lading (53%). Diepgang 1.20 m. Zw.pt lading 1.51 m BL.

Lading                                                                                                      51.950                    1.51 +

                                                                                                                   84.830                    1.39

MG = 2.20 – 1.39 = 0.81 m (>0.15 m IMO)

Aanvangsstabiliteit (MG) met 96 t zware lading (100%). Diepgang 1.75 m. Zw.pt lading 1.10 m BL.

Lading                                                                                                      95.800                     1.10 +

                                                                                                                  129.680                    1.13

MG = 1.86 – 1.13 = 0.73 m (>0.15 m IMO)

Ter vergelijk: de aanvangsstabiliteit (MG) van een handelszeilschip (klipper) uit de 19e eeuw was ongeveer 0.70 m (10).

p

Lege conditie (1), depl. = 33.67 t.

Φ (graden)         NKsinϕ (m)        GKsinϕ (m)         (NK-GK)sinϕ (m)

                 2             0.102                     0.042                     0.060

                 5             0.256                     0.105                     0.151

                 10           0.509                     0.210                     0.299

                 15           0.760                     0.313                     0.447

                 20           0.982                     0.414                     0.568

                 30           1.275                     0.605                     0.670

                 40           1.451                     0.778                     0.673

                 50           1.520                     0.927                     0.593

                 60           1.494                     1.048                     0.446

                 70           1.399                     1.137                     0.262

Stabiliteitskromme
NB: bij slagzij 70° kan het ruim vollopen

Stabiliteitsomvang beoordeeld volgens criteria volgens IMO regels(11), aannemende dat het ruim niet volloopt.

tot 30°: 0.23 mrad (IMO >0.055 mrad OK)

                tot 40°: 0.32 mrad (IMO >0.090 mrad OK)

                30°-40°: 0.90 mrad (IMO>0.030 mrad OK)

                arm bij 30°: 0.67 m (IMO>0.15 m OK)

max. arm bij ϕ = 35° (IMO>25° OK)

p

Conditie (2): 51 t lading, depl. = 84.83 t.

Φ (graden)         NKsinϕ (m)        GKsinϕ (m)         (NK-GK)sinϕ (m)

                 2             0.073                     0.049                     0.024

                 5             0.182                      0.121                      0.061

                 10           0.362                     0.241                      0.121

                 15           0.538                     0.360                     0.178

                 20           0.703                     0.475                     0.228

                 30           0.945                     0.695                     0.250

                 40           1.100                     0.893                     0.207

                 50           1.182                    1.065                      0.117

                 60           1.204                     1.204                     0.000

                 70           1.180                     1.306                     -0.126

Stabiliteitskromme
NB: bij slagzij 25° kan het ruim vollopen

Stabiliteitsomvang beoordeeld volgens criteria volgens IMO regels, aannemende dat het ruim niet volloopt.

tot 30°: 0.08 mrad (IMO >0.055 mrad OK)

                tot 40°: 0.12 mrad (IMO >0.090 mrad OK)

                30°-40°: 0.04 mrad (IMO>0.030 mrad OK)

arm bij 30°: 0.25 m (IMO>0.15 m OK)

Indien het ruim wel vol zou kunnen lopen:

Tot 25°: 0.06 mrad (IMO>0.055 mrad OK)

max. arm bij ϕ = 25° (IMO>25° OK)

p

Conditie (3): 96 t lading, depl. = 129,68 t.

                               Φ (graden)         NKsinϕ (m)        GKsinϕ (m)         (NK-GK)sinϕ (m)

                 2             0.065                     0.039                     0.026

                 5             0.149                     0.098                     0.051

                 10           0.265                     0.196                     0.069

                 15           0.366                     0.292                     0.074

                 20           0.456                     0.386                     0.070

                 30           0.615                     0.565                     0.050

                 40           0.749                     0.726                     0.023

                 50           0.857                     0.866                     -0.009

                 60           0.937                     0.979                     -0.042

                 70           0.989                     1.062                     -0.073

Stabiliteitskromme
NB: bij slagzij 10° kan het ruim vollopen

Stabiliteitsomvang beoordeeld volgens criteria volgens IMO regels, aannemende dat het ruim niet volloopt.

tot 30°: 0.03 mrad (IMO

tot 40°: 0.04 mrad (IMO

30°-40°: 0.01 mrad (IMO

arm bij 30°: 0.05 m (IMO 25° NIET OK)

Conclusie: condities 1 en 2 zijn veilig, conditie 3 is onveilig volgens huidige criteria.

p

Zeiloppervlak

Voor de bepaling van het zeiloppervlak worden 3 zeilen beschouwd. De rekenmethode van Juan Baader (Zeilsport, Zeiltechniek, Zeiljachten) is gebruikt. De zeiloppervlakken van voorbeeldschip 2 zijn afgeschaald.

De vrouw Hendrikje Voorbeeldschip 1 Voorbeeldschip 2
(ref. Sopers) (ref. Schutten)
Grootzeil (m2)    90    91.2   98
Fok (m2)    25   25.9   28
Kluiver (m2)    14    11.6   20 (!)
Som (m2)  129 128.7 146
Loa x B (m) 20.51 x 4.44 21.10 x 4.55 21.50 x 4.50
Coëff.1 = Som/(Loa x B) 1.417 1.341 1.509

Ter vergelijk: zeilend schoolschip “Gorg Fock” coëff. 1 = 2.34(12).

Hieruit kan worden geconcludeerd dat een Overijsselse praam ondertuigd is.

De Vrouw Hendrikje:      Coëff.2 = √(129.0) / √3(129.62) = 2.087

Voorbeeldschip 1:           Coëff.2 = √(128.7) / √3(136.72*) = 2.202

Voorbeeldschip 2:           Coëff.2 = √(150.0) / √3(137.78*) = 2.339

*) omgerekend van De Vrouw Hendrikje op basis van L x B.

p

Weerstand en voortstuwing bij ruime koersen.

Volgens Juan Baader (Zeilsport, Zeiltechniek, Zeiljachten), “ongunstige tuigage”.

Voortstuwingscoëfficient (13)

                           Aan-de-wind                     0.5

                           Ruimschoots                   1.2

                           Voor-de-wind                    1.1

Voor een schijnbare windsnelheid van 5 m/s:

Aan-de-wind        45°                    Fw = 0.5 x 0.063 x 52 x 129 = 101.6 kg

Ruimschoots      105°                     Fw = 1.2 x 0.063 x 52 x 129 = 243.8 kg

Voor-de-wind    180°                     Fw = 1.1 x 0.063 x 52 x 115 = 199.2 kg  (zonder kluiver)

Rompweerstand bij t = 1.20 m (berekend volgens methode Bureau Veritas)

                                 Wrijving (kg)      Vormweerstand (kg) Winddrift (kg)    Totaal (kg)

                                                            (eigen golven)             (50%)

V = 0.5 m/s         1.8 km/u                   20                                 0                           0                                 20

V = 1.0 m/s         3.6 km/u                   70                                 0                           0                                 70

V = 1.5 m/s         5.4 km/u                 140                                20                           10                             170

V = 2.0 m/s         7.2 km/u                 230                                40                         20                             290

Er is geen rekening gehouden met luchtweerstand van het schip, omdat er niet hoog aan de wind wordt gezeild en de luchtsnelheden betrekkelijk laag zijn.

Weerstandskromme

Snelheid op verschillende koersen bij een schijnbare wind 5 m/s. Werkelijke wind Vw is bepaald met een vectordiagram.

Vectordiagrammen

Hoog aan-de-wind          niet berekend, geen scherp jacht

Aan-de-wind                     V = 1.21 m/s =   4.4 km/u            (Vw  ≈ 4.2 m/s – BF 3 – 56°)

Ruimschoots                    V = 1.81 m/s =   6.5 km/u            (Vw  ≈ 5.9 m/s – BF 4 – 123°)

Voor-de-wind                   V = 1.61 m/s =   5.8 km/u            (Vw  ≈ 6.6 m/s – BF 4 – 180°)

Voor een schijnbare windsnelheid van 6 m/s:

Aan-de-wind                     Fw = 0.5 x 0.063 x 62 x 129 =  146.3 kg

Ruimschoots                    Fw = 1.2 x 0.063 x 62 x 129 = 351.1 kg

Voor-de-wind                   Fw = 1.1 x 0.063 x 62 x 115 = 286.9 kg  (zonder kluiver)

Snelheid op verschillende koersen bij een schijnbare wind 6 m/s. Werkelijke wind Vw is bepaald met een vectordiagram. Diepgang 1.20 m.

Hoog aan-de-wind          niet berekend, geen scherp jacht

Aan-de-wind                     V = 1.38 m/s =   5.0 km/u(14)         (Vw  ≈ 5.2 m/s – BF 3 – 55°)

Ruimschoots                    V =  2.24 m/s =   8.1 km/u            (Vw  ≈ 7.1 m/s – BF 4 – 124°)

Voor-de-wind                   V = 1.96 m/s =   7.1 km/u            (Vw  ≈ 8.0 m/s – BF 5 – 180°)

De maximaal haalbare snelheid in de praktijk bedraagt ongeveer 3(15) x √ 19.86 = 13.4 km/u(16). Matige helling, matige golfvorming. Windsnelheid ongeveer 6 x √2 = 8.5 m/s (BF 5). Rompsnelheid 3.5(17) x √ 19.86 = 15.6 km/u. Toenemende helling, sterke golfvorming (niet realistisch voor een Overijsselse praam).

p

Bronnen

Brief van A. Hoogeveen aan de Scheepsmetingsdienst, 1 februari 1904

Zeilsport, Zeiltechniek, Zeiljachten. Juan Baader.

Glorie van de oude binnenvaart, Rob Martens/Lieuwe Westra

Maritiem Museum “Prins Hendrik”, Rotterdam

Museum der Deutschen Binnenschiffahrt, Duisburg, Duitsland

Zuiderzeemuseum, Enkhuizen,

Scheepsbouw vanaf zijn oorsprong, E. van Konijnenburg. Deel 3.

Schepen die Verdwijnen, P.J.V.M. Sopers

Verdwenen Schepen, G.J.Schutten

Turfschipperij, beroep zonder glorie, Hans Roest

Resolution A.749 (18). Code on intact stability for all types of ships covered by IMO instruments. (Sjöfahrtsverket)

Schifffahrts-Museum Nordhorn, Nordhorn, Duitsland

p

1 november 2016.

T. Hoogeveen

Copyright: T. Hoogeveen

e-mail: marine-consultant@kpnmail.nl

Appendix 1 – Algemeen plan De Vrouw Hendrikje (reconstructie 2016)

Appendix 2 – Brief van A. Hoogeveen aan de Scheepsmetingsdienst, 1 februari 1904

Appendix 3 – Accommodatie (reconstructie 2016)

Achteronder

Achteronder

Appendix 3 – Constructie van de romp (reconstructie 2016)